Kinderen zijn hard. Keihard.

Regelmatig sta je in de positie dat je iemand voor een paar weken, of zelfs langer, onzeker kan maken. Maar nee. Dat doe je niet. Je ziet dat hij of zij zijn of haar best doet. Je laat ze in hun waarde. Je hebt een zeker filter ontwikkeld door je geweten. Maar Stein had dat niet. Stein was namelijk slechts vijf jaar oud.

Ik weet het nog als de dag van gisteren. Drenthe. Een weekje Drenthe met de familie. Mijn zwager en ik stonden een balletje te trappen op het verlaten voetbal veldje. Bijna verlaten. Want daar stond hij. Stein. Een vijfjarig jochie dat met zijn ouders op vakantie was. Mijn zwager schoot een paar keer op zijn doel. Met de motoriek van een baksteen ging dat niet altijd even goed. De woorden die stein toen met ons deelde zijn woorden doe ik nog regelmatig tijdens familiebijeenkomsten in de mond nam. ‘Jij kan echt niet voetballen!’

Stein. Mijn held. Hij gaf mij één zin waarmee ik mijn zwager, die met zijn ad-remmiteit (ja, dat woord verzin ik net) iedere keer weer boven mij stond, kon terugpakken. Tot voor kort. Helaas. Afgelopen week zat ik aan tafel met een meisje van vijf. Te praten over het weer. Warm was het. ‘Broeierig’ werd er gezegd. ‘Broeierig?’ zei ze. En ik legde haar uit dat dat warm en benauwd was. Stom dat ik was probeerde ik haar een ezelsbruggetje mee te geven. ‘Vogels zorgen ook altijd dat hun eitjes warm blijven. Broeien heet dat.’ Maar helaas. Hier werd ik in één klap uitgeschakeld. ‘Nee, Bas. Dat is broeden. Met een D.’ Mijn glorieuze dagen als sneer-koning waren voorbij. Door de opmerking van dat meisje. Dat meisje van vijf. Mijn nichtje. De dochter van mijn zwager..

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *