De financiële ommezwaai

Iedere ochtend rijd ik op mijn fiets in een half uurtje naar mijn werk. Tegenwind, regen of benauwde bloedhitte. Ik ben gegarandeerd nat. Al mijn linker schoenen hebben een slijtplek van de trapper die het een en ander aan onderdelen mist. Door een slag in het wiel verplaatst het rubber van de band zich langzaam naar de zijkant van mijn spatscherm. De bel heeft geen binnenwerk meer, de snelbinders zijn ooit eens tussen het achterwiel klem komen te zitten en het sponsachtige zadel zuigt zich vol met regen, zweet en natte winden door een gapend gat in de bekleding ervan. Mijn fiets.

Ieder ochtend rijdt hij in zijn Lexus naar zijn werk. 10 minuutjes rijden. Tegenwind, regen of benauwde bloedhitte. Hij zit sowieso goed met zijn climate control, een dak dat open en dicht kan en een houder voor zijn bak Dolce Gusto-godenvocht. Op zijn Van Bommels is geen krasje te bekennen door de fluwelen bekleding van zijn gas- en rempedaal. Koppelingspedaal uiteraard niet aanwezig in zijn automaat. Met zijn koffertje in zijn kofferbak en het jasje sierlijk bungelend aan de colbert-houder achter zijn hoofdsteun haalt hij mij iedere ochtend in. Hij draagt zijn gouden horloge rechts, zodat ik het zie glinsteren op het moment dat hij zijn middelvinger opsteekt. Mijn buurman.

De hypotheekrente-aftrek en de explosieve stijging van de rente zorgen voor problemen bij veel Nederlanders. Wie zuinig en met reserves zat, zit gebakken. Mensen die boven hun stand leven moeten een trede lager op de schaal van blaaskaak. Waar eerst twee auto’s voor de deur stonden staat er nu nog maar één. Dure slagschepen worden verkocht en benzine slurpende auto’s maken plaats voor wegenbelasting-vrije kruimeldieven. Op een zaterdag ochtend zie ik dat de buurman zijn auto met pijn in het hart heeft verkocht. Op marktplaats kom ik zijn meubels tegen en in de plaatselijke huis aan huis krant lees ik een interview met zijn vrouw, die in tranen aan de journalist vertelt dat de deurwaarders het zelf bij elkaar gespaarde brommertje van haar zoon hebben meegenomen. “Mijn man gaat nu met de bus naar het werk, het is verschrikkelijk.”

Drie weken later is de buurman jarig. Ik ben niet uitgenodigd, maar loop toch even de tuin in. Met een gigantisch cadeau op mijn schouder. Iedereen kijkt verrast op als ik het cadeau op de grond neer zet en de buurman feliciteer. “Kijk eens buurman, een cadeautje.” Hij weet niet zo goed hoe hij moet reageren, maar neemt het cadeau aan. Voorzichtig pakt hij het cadeau uit. Een grote kartonnen doos is nu het middelpunt van de belangstelling. Op het moment dat hij de doos optilt hoor ik zijn vrouw zeggen, “Oh, buurman, wat lief van je. Precies wat mijn man nodig had!”. Mijn buurman kijkt mij met een vurige blik aan. “Wat is dit!?” hoor ik hem tandenknarsend zeggen. “Mijn fiets!” Ik loop terug naar mijn eigen tuin en ga op mijn nieuwe mountainbike zitten. Op het moment dat ik wegrijd steek ik mijn middelvinger op. Mijn mouw zakt iets naar beneden en hij kan nog net het glinsteren van mijn nieuwe horloge zien. “Reservers buurman! Reserves!”

@BasMatthee haalt tegenwoordig dagelijks zijn buurman in met zijn veel snellere fiets. De middelvinger is inmiddels voorzien van een gigantische zegelring.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *