Kickboksen is voor mietjes

Kickboksen. Een prachtig stukje taakstrafloos op iemand in beuken. Denk ik. Dácht ik. Lukraak je tegenstander een paar poffen op zijn jukbeenderen geven, of pure techniek? Ik ging met een van de jongens met wie ik weleens een glas hef mee naar zijn kickboks training. Lichtelijk aangeschoten (lees: laveloos lam) heb ik dat toegezegd. En zoals een ieder het zo mooi weet te benoemen, ’s avonds een man ’s ochtends een man.
Continue reading

Mannenproblemen

Jaja. Mannenproblemen. Wij mannen hebben ze. Of gewoon ‘ik’. Sinds een paar maanden loop ik de deur plat bij één van de plaatselijke sportscholen. De dichtstbijzijnde natuurlijk. Met de auto. Je bent immers serieus met je gezondheid bezig of niet. Lekker, zou je zeggen, een beetje sporten. Met de gewichten gooien. Zweten. Het bloed door je opgepompte spieren voelen gieren. Heerlijk, althans, lichamelijk is er weinig lekkerder, maar geestelijk is het een ander verhaal. Ik ga namelijk sporten met iemand van 48 die al 9 jaar geen sportschool van binnen gezien had. Een man die qua trainingsintensiteit wel gewoon op het zelfde niveau zit als ik. Gemiddeld. En het ergste nog, waar ik de dag na het sporen vol verwachting een smsje stuur om te vragen hoe het is met de spierpijn, krijg ik altijd een smsje terug dat hij niks voelt. Niks. Hij voelt niks. Dan krab ik mij achter op mijn hoofd en schiet de kramp in m’n spierballen en voel ik de spieren tussen mijn schouderbladen op het randje van afscheuren staan. Niks, zegt ie.. Zoiets is als jonge god van 29 lentes ondraaglijk.
Continue reading

[Boek] Gevonden – Proloog

Vier jaar. Ongeveer vier jaar lang heb ik geen beschaving gezien. Precies weet ik het niet, maar het heeft er alle schijn van dat ik vier keer een soort van winter heb meegemaakt. Niet veel kouder dan anders, maar de zon stond dan een stuk lager dan in de warmere tijden. Met een handjevol mannen en één vrouw op Mars. We kwamen voor onderzoek. Meer dan overleven hebben we daar niet gedaan. Een half jaar zouden we daar blijven. Een half jaar werd een jaar. En inmiddels al een jaar of vier zaten we vast op een onbewoonde planeet. Maar eindelijk gaat daar verandering in komen. Ik zie een ruimteschip aankomen. In het begin twijfelde ik nog, maar hoe langer ik kijk, hoe beter ik het zie. Nooit meer hoef ik mijn handen kapot te rollen met een paar stokken om vuur te maken. Nooit meer zal ik nog een marsmot eten. Enthousiast ga mijn team inlichten dat we gered zijn,
Continue reading

In rook op

een duidelijk gemis domineert zijn gedachten
voortdurend afgeleid door zijn onbewuste smachten
toch slinkt langzaam maar zeker deze leegte
over een paar dagen is hij die sigaretten vast vergeten